Aansprakelijkheid bij terriers

Aansprakelijkheid bij terriers

Beste hondenbezitter,

Een ieder van u zal het waarschijnlijk weleens meegemaakt hebben dat uw hond schade heeft toegebracht aan een derde. Zulke dingen gebeuren nu eenmaal.
Afgezien van het feit dat tegenwoordig elke hondenbezitter hiertegen verzekerd is door middel van de WA-verzekering is het toch goed om de wettelijk geregelde aansprakelijkheid te schetsen.

Ik zal in dit artikel heel beknopt het wettelijk systeem behandelen, want het zou te ver gaan om zelfs de kleinste details de revue te laten passeren. Vervolgens zal ik het wettelijk systeem duidelijk proberen weer te geven met behulp van een voorbeeld.

Aansprakelijkheid voor dieren

Inleiding

Bij deze vorm van aansprakelijkheid is het niet van belang of de gedraging waardoor schade aan een ander wordt toegebracht aan de schuld van de aansprakelijke persoon is te wijten. Het gaat hier dus om risico-aansprakelijkheid.

De regeling (1) luidt als volgt:

“De bezitter van een dier is aansprakelijk voor de door het dier aangerichte schade, tenzij aansprakelijkheid op grond van de vorige afdeling zou hebben ontbroken indien hij de gedraging van het dier waardoor de schade werd toegebracht, in zijn macht zou hebben gehad.”

Aansprakelijke persoon

In beginsel is de eigenaar primair aansprakelijk, maar ook de medebezitter kan aansprakelijk worden gesteld. Kortom, doorgaans degene die het dier duurzaam en ten eigen nutte gebruikt en daarbij over dat gebruik en de zorg van het dier de zeggenschap heeft (2).

‘Tenzij-formule’

Het verwarrende zit niet in de eerste zinsnede, maar volgt daarna (vanaf tenzij).
Volgens de ‘tenzij-formule’ kan de bezitter aan aansprakelijkheid ontsnappen op grond van bovengenoemde regeling. De voorwaarde waaraan voldaan moet zijn, is dat de bezitter de gedraging van het dier ‘in zijn macht’ moet hebben gehad.

Dit betekent dat de bezitter controle op het dier moet hebben gehad op het moment dat de schade ontstond. Met andere woorden, de bezitter moet het dier bewust zijn gang hebben laten gaan. In dit geval is de bezitter aansprakelijk op grond van onrechtmatige daad.
Het voordeel ten opzichte van de aansprakelijkheid voortvloeiend uit bovengenoemd artikel is dat vast moet komen te staan of de bezitter verwijtbaar heeft gehandeld.
De bezitter krijgt in dit geval nog de mogelijkheid om verweer te voeren tegen de claim van het slachtoffer.

Wanneer de bezitter het dier niet onder controle heeft, is er sprake van risico-aansprakelijkheid waartegen geen verweer mogelijk is.

Voorbeeld

Stelt u zich eens voor dat u heerlijk met uw hond door de mooie Brabantse bossen wandelt. De hond loopt natuurlijk los. Immers Terriërs houden er niet van om aan een lijntje te lopen.
Op een gegeven moment komt er een ruiter langs. Zoals het hoort gaat uw hond er vandoor om volgens goed gebruik zijn veel grotere soortgenoot te begroeten. Immers, hij ziet het paard als een grote hond.
Het paard is niet gediend van de komst van de veel kleinere viervoeter. Deze begint op zijn beurt de steigeren. De berijder komt lelijk ten val, maar houdt er gelukkig enkel wat kleerscheuren aan over.

In dit geval bent u als hondenbezitter aansprakelijk voor de schade die de ruiter ten gevolge van de valpartij lijdt, want u heeft uw hond los laten lopen. Kortom, u kon geen controle uitoefenen over uw hond. Juridisch verwoord: u had de hond niet in uw macht.
Hierdoor voldoet u niet aan de ‘Tenzij-formule’.

Conclusie: u bent aansprakelijk ongeacht de vraag of u verwijtbaar heeft gehandeld.

Het was anders geweest wanneer uw hond aan de lijn had gelopen. In dit geval zou u wel de controle hebben gehad over uw hond en had u uw trouwe makker kort bij u gehouden. Mocht het paard alsnog schrikken van de hond, dan kunt u verweer voeren vanwege het feit dat u niet verwijtbaar heeft gehandeld. Met andere woorden dat u geen schuld heeft met betrekking tot de schade van de ruiter. De ruiter had namelijk ook moeten inzien dat zijn paard zou kunnen schrikken.

Afsluiting

Ik hoop dat na het lezen van dit artikel het wettelijk systeem iets duidelijker op het netvlies is komen te staan. Zoals ik aan het begin al had aangegeven, ging het te ver om op de details in te gaan.

Met vriendelijke groet,

Jaime Boogaers

 

 

 

(1) Artikel 179 van Boek 6 BW
(2) HR 31 mei 1963, NJ 1966, 338 (Ingeschaarde vaars)