Dandie Dinmont Terrier

Dandie Dinmont Terrier
Sir Walter Scott

Sir Walter Scott

“He evolved from the Scottish Hillside, the grey mists forming his body, a bunch of lichen his topknot, crooked jumper stems his forelegs and wet bramble his nose”

Met deze poëtische woorden introduceert de beroemde Schotse romanschrijver Sir Walter Scott het ras wat wij nu kennen, als de Dandie Dinmont Terrier, aan de wereld.

Geschiedenis

Roman

Scott schreef in 1814 de roman “Guy Mannering”. Een van de personages in de roman heet Dandie Dinmont. Hij is een boer met 6 van deze typische terriers. In het boek waren de namen van deze hondjes: Auld Pepper, Auld Mustard, Young Pepper, Young Mustard, Little Pepper en Little Mustard. Vandaag de dag zijn de vachtkleuren van deze terriers dan ook nog steeds bekend als Pepper en Mustard.

Dandie Dinmont TerrierDe roman is fictie. Waarheid is wel dat deze typische, laagbenige, ruwharige terrier met zijn lange rug al sinds het midden van de 18e eeuw bestond in deze streek (Border Countie) van Schotland. Dit jachthondenras werd daar zorgvuldig gefokt en was zeer gewaardeerd onder ketellappers, zigeuners en boeren.

De omschrijving van de heer Dandie Dinmont uit Scott’s roman lijkt erg overeen te komen met ene James Davidson. Hij was een pachter uit Hindle in de heuvels van Teviotdale. Veel mensen beweerden dat Dandie Dinmont en James Davidson dezelfde persoon waren. Scott heeft dit altijd ontkend. Hij zei dat hij het karakter van zijn romanfiguur had opgebouwd aan de hand van persoonlijkheden van een twaalftal kleine landeigenaren uit zijn kennisenkring.

James Davidson overleed in 1820. Inmiddels werd het ras al in aanzienlijke aantallen gefokt. Er was een grote vraag naar het ras ontstaan door het succes van “Guy Mannering”.

Eerste stamboek

Het eerste stamboek van de Kennel Club gaat over de jaren 1859 tot 1874. Veel van de informatie bevat alleen gegevens die uit diverse showcatalogi komen. Er was namelijk weinig bekend van de meeste honden. Van sommige honden zijn er echter wel uitgebreide stambomen. Dat houdt waarschijnlijk in dat de eigenaren samenwerkten met de Kennel Club. Langzaam maar zeker kwam er aan de hand van de “stud books” meer informatie naar boven over specifieke honden. Uit deze boeken is dan ook de genealogische geschiedenis van de moderne Dandie opgebouwd.

Old Pepper

Een van de bekendste Dandie Dinmont Terriers uit de geschiedenis is “Old Pepper”. Deze hond was zogenaamd in een val gelopen op het landgoed van de vijfde Hertog van Buccleuch (Walter Francis 1806-1884). Daardoor bleef zijn afstamming onbekend. Deze reu wordt echter wel gezien als voorvader van de hedendaagse Dandie Dinmont Terrier. Zijn zoon was “Old Ginger” van de heer E.B. Smith. Een naam die vandaag de dag nog voorkomt in de afstamming van iedere Dandie Dinmont.

Verschillende theorieën

Dandie Dinmont TerrierEr zijn verschillende theorieën over de oorsprong van de Dandie Dinmont Terrier. Meestal is dat wel een goede indicatie dat niemand eigenlijk de waarheid heeft kunnen achterhalen. De meest populaire theorie is dat er een terrier is gekruist met een Otterhound. Waarschijnlijk hadden veel boeren in het Border disctrict zowel hounds als terriers, dus liggen gelegenheidskruisingen wel voor de hand. Het is met zekerheid vastgesteld dat de terriers de hounds hebben bijgestaan in het doden van de otters. De pels van een otter was in die tijd veel geld waard. De aanhangers van deze theorie wijzen ook op de houndachtige oren en de luide blaf.

Een tweede theorie is dat er geen sprake is geweest van zo’n kruising, maar dat het ras langzaam is geëvolueerd uit ruwharige terriers die in het Border district voorkwamen.

Een derde theorie stelt dat het ras het resultaat is van een kruising tussen een terrier en een ruwharige Teckel. Deze theorie verklaart echter niet hoe de Duitse Teckel verzeild is geraakt in Schotland.

Wie op het internet rondsurft, leest op de meeste Dandie Dinmont websites dat het ras is ontstaan uit kruisingen van diverse terriers. Daarbij worden de Bedlington Terrier en de Border Terrier veelvuldig genoemd.

Legende

Een bekende legende uit de vroege dagen van dit ras is de volgende:

Ene William “Piper” Allen uit Bellingham in Northumberland – geboren in 1704 – was een reizende ketellapper en mandenmaker. Zoals zijn bijnaam al doet vermoeden, bespeelde hij de doedelzak. Hij was een befaamd visser, maar had ook een dozijn terriers om op otters te jagen. Zijn beroemdste terrier heette “Peacham” en werd geroemd om zijn grote ottervangst.

William trouwde met een zigeunerin en hun zoon James – geboren in 1734 – nam de doedelzak en de terriers over van zijn vader. Hij werd uiteindelijk de beroemdste van de twee “Piper” Allen’s. Zijn basis was in de buurt van Coquet Water en van daaruit verplaatste hij zich door het Border district. Hij was niet minder beroemd om zijn honden dan om zijn muziek en liedjes.

Een veelbeschreven incident – waarschijnlijk door de tijd verder opgesmukt, zoals dat met de meeste oude verhalen gaat – is de ontmoeting met de Hertog van Northumberland. Deze hertog zou “Piper” een kleine boerderij hebben aangeboden in ruil voor één van zijn terriers. Het verhaal luidt dat de “Piper” dit zeer genereuze aanbod afsloeg om zo zijn vrije leventje te kunnen voortzetten. In die dagen werd het ras nog gezien als van duistere afkomst en dat zou nog jaren zo blijven.

De legende vertelt ook dat uit de terriers van “Piper” Allen uiteindelijk twee afzonderlijke rassen zijn ontstaan. Degene met het lange lichaam en de korte pootjes zou het enige ras worden wat ooit naar een romanfiguur is vernoemd. Het ras met het kortere lichaam en de langere poten zou uiteindelijk de naam krijgen van de plaats waar het was ontstaan, namelijk Bedlington.

Rasvereniging

De Dandie Dinmont Club is de derde oudste rasvereniging in de wereld. Opgericht op 17 november 1875 in het Fleece Hotel in Selkirk. In het jaar 2000 is er een gedenkplaat geschonken door de rasvereniging en onthuld in dat hotel door Dame Jean Maxwell-Scott, een directe nakomelinge van Sir Walter Scott.

Op de eerste vergadering van de rasvereniging in 1875, werd er een complete en gedetailleerde rasstandaard opgesteld, die tot vandaag vrijwel ongewijzigd is gebleven. De vorming van de rasvereniging was het instrument voor de vooruitgang en de ontwikkeling van een pure werkhond, naar een hond die tevens geschikt is als gezelschap en showhond.

Tweede Wereld Oorlog

Dandie Dinmont Terrier

Bellmead Delegate met zijn prijzen

Dandie Dinmont TerrierVoor het uitbreken van de tweede wereldoorlog werd het ras volop gefokt door grote en beroemde kennels, maar met het uitbreken van de oorlog werden ze verspreid of opgeheven door gebrek aan voedsel en mankracht. Er vonden geen “normale” tentoonstellingen plaats gedurende de oorlog. Net als vele andere rassen moest de Dandie worstelen om zich weer opnieuw als ras te vestigen, na 1946.

Een groep toegewijde rasliefhebbers werkte daar hard aan, na de oorlog. Het zijn er te veel om bij naam te noemen, maar eentje springt er wel uit en dat is Bellmead Kennels. Zij waren eerst gevestigd in Hazelmere, Surrey en zijn het meest bekend geworden later in Old Windsor.

Oorspronkelijk in eigendom van Juffrouw Trefusis Forbes en later van Mevrouw C.A. Miles, was Bellmead toen een van de grootste hondenpensions in Engeland. Er werden niet alleen veel Dandie Dinmont’s gefokt, maar het was ook een stageplek voor kennelhulpjes. Waarschijnlijk was de meest invloedrijke hond “Bellmead Delegate” een dekreu die veel prijzen in de wacht sleepte. Tot in de begin jaren 90 zijn hier nestjes Dandie’s gefokt. Vandaag de dag is Bellmead in handen van het Battersea Dogs Home.

Karakter

Dandie Dinmont TerrierDe Dandie Dinmont Terrier is een sportieve, zelfstandige, vastberaden, eigenwijze en toegewijde hond. Hij heeft iets “menselijks”, zowel in zijn uiterlijk als in zijn karakter. Als je tegen hem praat, lijkt het net alsof hij alles begrijpt. Sommige Dandies praten zelfs terug.

De blaf van de Dandie doet een veel grotere hond vermoeden. Het is een zeer waakse hond. Eventueel bezoek wordt luid blaffend aangekondigd.

Hij is dan misschien niet zo groot, maar hij zal wel proberen u steeds te slim af te zijn. U moet hem echt laten weten wie de baas is.

Ze zijn sociaal (mits uiteraard goed opgevoed). Hij zoekt geen ruzie met honden die hij tegenkomt. Het moet wel klikken met de andere huisgenoten, anders kan hij zijn mannetje wel staan. De grote tanden in zijn bek en de stevig ontwikkelde kaken kunnen heel wat schade veroorzaken. Doordat ze erg gehecht zijn aan hun baas of bazin, kunnen ze moeilijk verkroppen dat ze alleen gelaten worden. Ze zullen misschien niet gaan “huilen” van verdriet, maar wel hun ergernis luchten door her en der wat vernielingen aan te richten.

De Dandie Dinmont Terrier is buitengewoon geschikt als familiehond. Hij is aanhankelijk – op het overdreven af -, leergierig en opgewekt.

Samengevat: de Dandie is een hond die alles in huis heeft om het anderen naar de zin te maken. Hij is sierlijk, aanhankelijk en schelms.

Verschijning

Dandie Dinmont TerrierDe Dandie Dinmont Terrier is zonder meer een grappige verschijning. Het hoofd is heel kenmerkend voor het ras: stevig gebouwd en groot. Maar niet in wanverhouding tot de grootte van de hond. Het hoofd moet bedekt zijn met zacht zijdeachtig haar. De ogen zijn groot en donker en zeer opvallend. Ze hebben goed ontwikkelde kaken en moeten een schaargebit hebben. Het lichaam is lang, sterk en lenig. De ruglijn heeft de vorm van een liggende slappe letter S. Bij de schouders valt de rug omlaag en gaat weer omhoog bij de lendenen en loopt daarna weer af naar de staartaanzet. Dit allemaal in een mooie vloeiende lijn. De staart heeft een fraaie bevedering.

Vacht

De Dandie Dinmont heeft een zachte donzige ondervacht en een dichte, stugge bovenvacht. Tijdens de jacht biedt deze bovenvacht een goede bescherming tegen doorns en dicht struikgewas. De structuur van de vacht houdt bovendien niet alleen de warmte, maar ook vocht tegen. Het onderhouden van de vacht is tamelijk bewerkelijk: een wekelijkse borstel- en kambeurt en zo’n 3 tot 4 keer per jaar trimmen is zeker geen overbodige luxe. Als u zich hieraan houdt, zult u van het verharen weinig merken. Het trimmen moet met de hand gebeuren. Scheren is heel erg slecht voor de vachtstructuur. Bovendien wordt bij het scheren de oude vacht niet verwijderd.