Hoe werkt de hondenneus?

Hoe werkt de hondenneus?

Een hondenneus werkt al vanaf dat de hond als pup wordt geboren. Zijn oren en ogen werken dan nog niet, maar de tepel van zijn moeder vindt hij zonder problemen. Hij gaat op de geur af. Zo kan dit puppy toch de voeding vinden die hij nodig heeft om te overleven.

De hond gebruikt zijn reukvermogen dus om te overleven. En dat zal hij de rest van zijn leven blijven doen. Terwijl de hond opgroeit, blijft hij zijn reukvermogen gebruiken en verbeteren.

De verschillen tussen de hondenneus en onze mensenneus

Iedereen weet dat een hond veel beter kan ruiken dan de mens. Maar als we de verschillen tussen de hondenneus en de mensenneus bekijken, krijgen we een veel beter inzicht in de ongelofelijke kwaliteiten van de hondenneus.

De neus van de hond en de neus van de mens zijn verschillend gebouwd. Daarom is het lastig ze met elkaar te vergelijken.

Reukcellen

Een varkensneus bevat ongeveer 330 miljoen reukcellen

Truffels zoeken met een zwijn

De reukcellen van de mens bevinden zich voornamelijk alleen in de bovenste neusschelpen. Bij de hond beslaan de reukcellen bijna het gehele reukorgaan. Bij de mens is dat een oppervlakte van ongeveer vier cm². Dat is gemiddeld 1/4000e deel van het totale huidoppervlak. Als we dit bij de hond uitvouwen, dan zou het bijna zijn hele lichaam bedekken.

Een mensenneus bevat ongeveer vijf miljoen reukcellen. De neus van een Duitse Herder ongeveer 220 miljoen. Een zeer groot verschil. Een leuk detail om te vermelden is dat in de neus van een varken ongeveer 300 miljoen reukcellen zitten. Dat verklaart meteen waarom dit dier werd gebruikt om truffels te zoeken.

Ademhaling

Als wij mensen rustig ademen, stroomt de lucht door het onderste deel van de neusholte. Daardoor komt de geur in zeer kleine mate in aanraking met het reukslijmvlies. Dus bij dit rustige ademen nemen wij mensen maar weinig geur waar. Als wij geur goed willen opnemen, zullen wij krachtiger moeten inademen. De geur komt ook in de hoger gelegen holte en kan worden afgestaan aan het daar aanwezige reukslijmvlies.

Bij de hond komt de ingeademde lucht meteen in contact met het reukslijmvlies. Er wordt dus bij elke ademhaling geur waargenomen, of het dier nu wil of niet. Zo komt het dus dat het voor ons soms lijkt dat honden tijdens zoekacties niet zichtbaar aan het zoeken zijn. We horen ze zelfs niet overdreven snuiven.

Als we het reukslijmvlies van de hond onder een microscoop gaan bekijken, zien we ook een labyrint van vertakkingen en een hele fijne structuur. Bij het reukslijmvlies van mensen heeft dat een grover beeld.

De opbouw en de werking van de hondenneus

De neusspiegel van de hond

De neusspiegel van de hond

Om de opbouw van de hondenneus en de werking ervan te begrijpen, is het belangrijk om de verschillende onderdelen te kennen.

Neusspiegel

De neusspiegel is bij iedere hond uniek. De lijntekeningen verschillen van hond tot hond. Net zoals bij ons een vingerafdruk.

In de neusspiegel zitten de neusgaten. Een hond kan zijn neusgaten vergroten bij het zwaarder inademen en daarna weer verkleinen. Ook kan de hond tijdens het zoeken de neusgaten en de neusspiegel op en neer en heen en weer bewegen. Bij een getrainde speurhond zal dit door de spieropbouw in de loop van de tijd verbeteren. Zo kan de hond nog gerichter geur opnemen.

Kaakschelpen en zeefbeenschelpen

Als de geur door de neusgaten in de hondenneus komt, stroomt dit in de kaakschelpen. Die bevinden zich zowel in de rechter- als linkerneusholte en worden gescheiden door het neusschot. In de kaakschelpen bevinden zich naar verhouding weinig reukcellen, maar de kaakschelpen zorgen ervoor dat de lucht gaat wervelen in de neusholte Daardoor wordt de lucht verwarmd door de zeer veel aanwezige bloedvaten. Ook wordt de lucht daar bevochtigd om beter geur af te staan.

bloedvaten hondenneus

Op deze foto zie je de bloedvaten in de neus van de hond. Deze opstelling vind je in het Studielandschap van de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht. Foto: Judith Lissenberg

 

Na het doorstromen van de kaakbeenschelpen bereikt de ingeademde lucht de zeefbeenschelpen. In het reukslijmvlies van de zeefbeenschelpen zijn grote hoeveelheden reukcellen aanwezig. Daardoor kan de hond heel veel geuren waarnemen.

Voorhoofdsholten en reukslijmvlies

Door openingen in de neusholte komt er ook ingeademde geur binnen in de voorhoofdsholten, waar zich eveneens zeer veel reukslijmvlies bevindt.

In het reukslijmvlies zitten drie soorten cellen. Iedere celsoort heeft een specifieke taak.

  1. de steuncellen, voorzien van zeer veel trilharen die het vuil uit de neusholte moeten weren.
  2. de slijmcellen, hierdoor wordt het slijm afgestaan en de lucht bevochtigd, wat nodig is de reukcellen optimaal te laten functioneren. Ook verzorgt het slijm een remmende werking op de ingeademde lucht voor een betere geuroverdracht.
  3. de reukcellen, deze zijn in staat de geuren waar te nemen en de prikkel aan de hersenen te geven, zodat de hond deze informatie kan verwerken.

De reukcellen zenden de opgenomen prikkels naar het reukcentrum van de hersenen. Daar wordt de geur vertaald in een reactie van de hond.

Vomeronasaal orgaan

Een ander orgaan dat zich in de bovenkaak van de hond bevindt is het vomeronasaal orgaan. Het is een lang, buisvormig orgaan dat ongeveer achter de hoektand begint en over de bodem van de neusholte loopt. Men neemt aan dat dit orgaan nauw verbonden is met de reukzintuigen.

Bij de mens is het vomeronasaal orgaan niet of slecht ontwikkeld.

Het orgaan bevat zeer veel reukcellen en staat in verbinding met het reukcentrum van de hersenen. Een reden dat bij problemen met de hoektanden het reukvermogen afneemt bij de hond is vaak terug te vinden door irritatie van dit orgaan. Een ander voorkomend probleem is een door verkoudheid of ziekte beschadigd neusslijmvlies. Het herstel van dit slijmvlies kan wel meerdere maanden in beslag nemen en bij sommige ziekten kan blijvende beschadiging ontstaan.
Opbouw hondenneus

Wil je meer weten over de neus van jouw terrier? We geven af en toe speurtrainingen. Kijk in onze agenda voor data.

Bron: het theoriemateriaal van de basis-instructeursbegeleidingsdagen door Marcel Visser van Trackerdogs (www.trackerdogs.nl).