Het leed dat ‘baknijd’ heet…

Het leed dat ‘baknijd’ heet…

Wat is baknijd?

Baknijd is een vorm van eigendomsnijd. De hond eigent zich allerlei objecten toe en staat deze niet meer af. Baknijd is de meest voorkomende hiervan. De hond wil zijn voer(bak) verdedigen, uit angst dat je zijn voer zult afpakken. Dit is naar mensen toe ongewenst gedrag, zeker als er kinderen in de buurt zijn. Baknijd kan tevens overgaan in andere vormen van eigendomsnijd en mede daardoor een rangorde conflict veroorzaken. Het is dus belangrijk om er iets aan te doen!

Het leed dat 'baknijd' heetTerug naar de wolf

Om te begrijpen hoe baknijd ontstaat, zullen we terug moeten naar de natuur. Naar de wolven, de voorouders van onze huishond. In een wolvenroedel heeft elk individu zijn eigen plaatsje. Afhankelijk van de plek op de ‘maatschappelijke ladder’ wordt uitgemaakt hoe de volgorde is bij het opeten van een prooi.

Zo hebben puppy’s die net met vast voedsel beginnen, absolute voedsel voorrang. In eerste instantie braken de ouders half verteerd voedsel op voor hun jongen, maar als na de tijd is aangebroken om zelfstandig te leren eten, hebben de peutertjes recht op het zachtste en malste stukje vlees. Geen volwassen dier haalt het in zijn hoofd om dat eten af te pakken. De hele natuur is immers gericht op het behoud van de soort. En omdat de jeugd de toekomst heeft, moet die worden beschermd.

Wanneer de pups klaar zijn met eten, komen de hoogstgeplaatste dieren aan de beurt. Alle andere kijken vanaf een afstandje ongeduldig piepend en kwijlend toe. Maar hoeveel honger ze ook hebben: er is geen haar op hun hoofd die eraan denkt om voer van een ‘hogere’ te stelen. Uiteindelijk komen de lagere dieren aan bod. Ze moeten dus lang wachten om de restanten van een prooi te bemachtigen. Maar zijn ze dan eindelijk aan het eten, dan worden ze niet gestoord.

Zelfs de roedelleider laat hen tijdens de maaltijd met rust.

Hierbij geldt het gezegde: Eens gegeven blijft gegeven!

Als de welpen drie maanden oud zijn, verlaten ze het klein geworden hol definitief. Ze zijn nu zo groot, dat ze een minder gemakkelijke prooi zijn voor roofvogels en andere roofdieren. Op dit moment worden de welpen opgenomen in de rangorde van de roedel. Ze krijgen daarbij de laatste plaats toegewezen. Dat betekent dat de tijd van spelen eigenlijk voorbij is en dat ze zich nu moeten onderwerpen aan de roedel regels.

Tot deze tijd waren de volwassen dieren nog zeer tolerant. De welpen mochten als eerste eten en ook voedsel wegpikken. Ze mochten hun gedrag oefenen door te spelen met volwassen dieren. Nu komt er een einde aan deze privileges. De welpen zullen zich, als laagst geplaatsten in de rangorde, gedeisd moeten houden.

Dit alles heeft een functie want in tijden van voedselschaarste krijgen alleen de ranghogere, volwassen dieren genoeg. Zij zullen de periode van voedselschaarste overleven en zich daarna kunnen voortplanten, waarbij hun goede erfelijke materiaal weer wordt doorgegeven. Zouden alle dieren het voedsel eerlijk verdelen, dan kwamen ze allemaal te kort, waardoor de instandhouding van de soort zou worden bedreigd.

Hoe zit dat dan bij de hond?

Als we dit gedrag gaan door trekken naar onze huishond, dan blijkt weer hoe belangrijk het is om de juiste rangorde tijdens de voedselverdeling aan te houden. De baas en de andere gezinsleden eten het eerst. Ook de kinderen die door de hond immers als pups worden gezien en daarom automatisch voedselvoorrang hebben. Zijn er meerdere honden in huis, dan krijgt de hoogste in rang als eerste de voerbak voorgezet en daarna de andere. Maar hebben ze die eenmaal, dan is de ‘prooi’ hun eigendom. Daar mag geen roedelleider, geen hond, kat of mens meer aankomen.

Bij honden die agressief reageren als je bij hun eten in de buurt komt, wordt vaak het volgende geadviseerd: Haal de voerbak tijdens het eten regelmatig weg, zodat de hond daaraan went. Maar is dat wel zo slim? Het is voor een hond heel onnatuurlijk dat zijn voerbak telkens wordt weggehaald. Dat heb je in het voorgaande stuk kunnen lezen.

Wat is dan wel goed?

Wat wel goed is, is om de hond van puppy af aan er aan te laten wennen dat je hem of zijn voerbak even aanraakt terwijl de hond staat te eten. Door dit regelmatig te doen, maar altijd zonder de voerbak af te pakken, leer je de hond dat hij je kan vertrouwen en dat hij zich geen zorgen hoeft te maken wanneer je in de buurt van zijn voer komt. Een goede manier is ook om in de voerbak van je puppy maar een deel van zijn voer te doen, en het andere deel bij te vullen wanneer hij zijn bak bijna leeg gegeten heeft. Zo gaat uw hond uw komst bij zijn voerbak associëren met iets positiefs: het gaat voor hem betekenen dat je misschien nog meer lekkers komt brengen.

Het regelmatig weghalen van de voerbak wanneer de hond zit te eten maakt van de meest zachtzinnige hond een voedselverdediger. Hij kan zijn bak gaan verdedigen door te grommen of te bijten. Bovendien zal hij gaan schrokken om alles zo snel mogelijk naar binnen te werken. Hij is er immers niet meer zeker van dat hij zijn eten ook werkelijk kan verorberen, want dat kan elk ogenblik weer worden afgepakt. Niet doen dus, dat weghalen van de eetbak of een lekker kluifje. En laten we eerlijk zijn: hoe zou jij het vinden als je aan tafel zat en je eten werd steeds van je bord gehaald? Zou jij dan nog rustig kunnen eten?

Wat als de hond al baknijd heeft?

Als baknijd al is ontstaan, is het belangrijk om het vertrouwen van de hond weer terug te winnen. Laat de hond voortaan in een aparte, rustige ruimte eten. Zolang de hond aan het eten is moet je hem volledig met rust laten. Als de hond allang is uitgegeten mag je de voerbak ongemerkt weghalen.

Baknijd heeft te maken met vertrouwen en wantrouwen. Een hond die zijn voerbak tegenover jou wil verdedigen heeft er, om welke reden dan ook, geen vertrouwen in dat je hem zijn voer zult laten behouden. Door een hond met geweld te dwingen het verdedigen van zijn bak op te geven, ontstaan vaak veel meer problemen dan dat er worden opgelost! Het wantrouwen van de hond en de spanning rondom het eten worden namelijk steeds groter als u probeert er iets aan te doen of de ontstane baknijd terug te draaien door de hond ‘flink aan te pakken’.

Door het groeiende wantrouwen en de oplopende spanningen is de kans groot dat de hond ook in andere situaties dan alleen bij zijn etensbak wantrouwend en vooringenomen gaat reageren en je zal bedreigen. Probeer daarom liever het vertrouwen van de hond (opnieuw) te winnen dan dat je met geweld probeert de hond tot andere gedachten te brengen!

Wanneer er naast baknijd ook andere problemen zijn in de omgang met je hond los deze dan eerst (voor zover mogelijk) op. Als baknijd het enige of het grootste probleem is, schakel altijd een gedragsdeskundige in als de hond meerdere rangorde problemen laat zien.

www.hondensportschool-uvo.nl