Parson Russell Terrier

Parson Russell Terrier

Een grote hond in een kleine verpakking

De Parson Russell Terrier is gefokt om vossen uit hun holen te jagen. Dat moeten ze alleen doen, want u past natuurlijk niet in dat vossenhol. Daarom zijn Parson Russell Terriers moedig (vaak zelfs overmoedig) en zelfstandig. Dat zelfstandige zien mensen vaak als eigenwijs of eigenzinnig. Daarnaast zijn ze temperamentvol, intelligent en gek op beweging. Oftewel: het is een grote hond in een kleine verpakking.

Mensen die alleen op het leuke uiterlijk afgaan, voelen zich bedrogen uitkomen als blijkt dat hun hondje geïnteresseerd is in heel andere zaken dan op schoot zitten. Hoewel veel Russells dat op z’n tijd ook heel graag doen.

Gehoorzaamheid

Het is zinvol om met een pup naar de puppycursus te gaan om een goede basis te leggen voor de gehoorzaamheid en de socialisatie met andere honden. Een Parson Russell Terrier moet consequent worden opgevoed. Streng, maar rechtvaardig. Gebeurt dit niet, dan probeert de Parson Russell Terrier zelf de touwtjes in handen te nemen. Met alle gevolgen van dien.

Terriers bij elkaar van hetzelfde geslacht geeft vaak onderlinge strijd. Vooral als er weinig leeftijdsverschil is. Als u twee Parsons in huis wil hebben, is het dan ook aan te bevelen voor een reu en een teef te kiezen. Meer dan twee Parsons vereist sowieso een ijzeren leiderschap van u als roedelleider.

Activiteiten

Terrierracen

Terrierracen is één van de activiteiten waarmee u uw Parson Russell Terrier een plezier kunt doen.
(foto: Audrey Nagtzaam)

Niet iedere Parson bezitter is in de gelegenheid om met zijn hond te doen waar die voor gefokt is: jagen op vossen. Dat is voor de Parson Russell Terrier geen probleem, maar hij moet wel ander “werk” aangeboden krijgen. Denk bijvoorbeeld aan jachttraining, terrierracen, flyball, behendigheid, enzovoorts. Een heel jaar door twee maal per dag een blokje om is bij lange na niet genoeg voor dit sportieve ras.

Gezondheid

De Parson is nog een betrekkelijk gezond ras en de gemiddelde leeftijd die ze bereiken is 13-15 jaar. Uit een gezondheidsonderzoek door Genetic Counseling in opdracht van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland blijken naast oogziektes, allergieën en Patella Luxatie als aandachtspuntjes vooral gedragsproblemen een grote rol te spelen in de meeste Parsonrijke huishoudens. In de praktijk blijkt dat vaak te gaan om opvoedingsproblemen door mensen die de hond hebben aangeschaft zonder vooraf de juiste informatie in te winnen.

Een stukje geschiedenis

Trump

Vrijwel iedere echte Russell liefhebber kent het verhaal van de jagende dominee, Parson John Russell, die in het dagelijkse leven Jack werd genoemd. Hij werd geboren op 12 december 1795 in Dartmouth (Engeland). In 1819 koopt hij van een melkboer zijn eerste terrier. Dit teefje (Trump genaamd) zal de stammoeder worden van zijn eigen lijn Fox Terriers.

De biograaf, Dhr. E.W.L. Davies, van Dominee Russell omschrijft haar als volgt:

“De kleur is wit, met slechts een vlek donker tan over elk oog en oor en een zelfde vlek, niet groter dan een penny, aan de staartwortel. De vacht is dik en enigszins draadharig, deze is erop berekend het lichaam tegen vocht en kou te beschermen, maar lijkt in niets op de lange ruwhaar vacht van de Schotse Terrier. De benen zijn kaarsrecht en de voeten perfect, de lendenen en de hele bouw van het lichaam drukken hardheid en uithoudingsvermogen uit, waarbij de omvang en hoogte van het dier vergeleken kunnen worden met die van een volgroeid vossenmoertje.”

Dominee Russell

Uiteindelijk wordt John Russell hulppredikant in South Molton en George Nympton. Van zijn karige salaris is het eigenlijk niet mogelijk om een meute hounds en terriers te onderhouden maar hij doet het toch. Nadat hij trouwde met Penelope Incledon Bury (een niet onbemiddelde dochter van een admiraal en dol op jagen en honden) wordt John de hulppredikant van zijn vader in Iddleseigh. Na een aantal jaren verhuizen ze en wordt John dominee in de gemeente Swimbridge en Landkey.

Hier brengen ze hun meest productieve en gelukkigste jaren door. De dominee is erg geliefd bij zijn parochianen maar ook in de hoogste kringen wordt hij gerespecteerd. Zo is hij een aantal malen te gast bij de Prins en de Prinses van Wales.

In 1883 overlijdt Parson Jack (John) overlijd op 87 jarige leeftijd. De kerk en de begraafplaats van Swimbridge zijn afgeladen met rouwenden. Meer dan 1000 mensen zijn er om hem de laatste eer te bewijzen en hem te ruste leggen naast zijn geliefde Penelope. Onder de vele kransen is er ook een van de Prins en de Prinses van Wales. John Russell was een eenvoudige geestelijke met een simpel geloof. Hij was iemand met veel humor en deed enorm veel aan liefdadigheid. Niemand heeft ooit tevergeefs op zijn deur geklopt om hulp. Toch is het dat niet waardoor zijn naam voortleeft, maar zolang er liefhebbers blijven van Russell Terriers zal hij nooit vergeten worden.

Het graf van Parson John Russell

v.l.n.r. Laura, Audrey, Jos, Marianne en Rianne bij het graf van `the Reverend and his wife´

Ideaalbeeld

Het ideaalbeeld wat John Russell had van een terrier wordt in de boeken omschreven als:
een ruwharige hond met ruige wenkbrauwen en een duidelijke snor. De terrier moest een scherpe, nauwe kaak hebben, krachtige maar niet te lange benen, een lange rug en kleine oren (de door de dominee gefokte honden werden nooit aan de oren of aan de staart gecoupeerd!). De kleur moest overwegend wit zijn. De vacht moest hard zijn en de hond beschermen tegen barre weersomstandigheden. Hij moest de paarden en hounds achtervolgend zijn eigen weg door het terrein vinden, betrouwbaar en met uithoudingsvermogen. Wanneer de vos onderliep moest hij hem onverschrokken volgen en net zo lang aanblaffen en tergen tot de vos weer uit de bouw sprong en de jacht vervolgd kon worden.

Jachtkwaliteiten

De dominee hield niet van terriers die de vos grepen en/of doodmaakten. Hij had het ook niet zo begrepen op honden die onderling knokten. Volgens een anekdote kreeg zijn kennelhulp dan de boodschap “zorg dat we deze hond morgen niet meer hoeven te voeden”….. Tijdens het leven van de dominee werden Fox Terriers steeds populairder. Er waren veel jagers zoals John Russell die hun eigen hounds en terriers fokten om hun werkcapaciteiten, maar er kwamen steeds meer terrierfokkers die op uiterlijk fokten.

Hondenshows

Toen er hondententoonstellingen kwamen was het hek van de dam. De (gladhaar) Fox Terrier was favoriet en werden, hoger op het been, vierkanter van lichaam en met lange smalle hoofden gefokt. John Russell heeft zijn terriers ook geshowd en keurde op een aantal tentoonstellingen. Hij was zelfs medeoprichter van de kennel Club en bleef lid tot zijn dood. Toen er echter steeds meer Fox Terriers wonnen, die vaak het eigendom waren van dames, die beslist niet wilden dat er een schrammetje kwam op hun kostbare lievelingen en dus nooit werden getest in het veld, kreeg Dominee Russell er genoeg van.

Tien dagen na de dood van Dominee Russell verscheen er een “in memoriam” in The Kennel Gazette, waarschijnlijk geschreven door een oude vriend en collega fokker Murchison, want deze man registreert in hetzelfde nummer een puppy onder de naam “Jack Russell”. In het stuk staat dat John Russell het verafschuwde wanneer je aan een terrier zag dat er Bull Terrier was ingekruist.

Arthur Heinneman

Arthur Blake Heinneman wordt ook als grootheid in de ontwikkeling van het ras genoemd. Er wordt verteld dat hij de lijnen van Dominee Russell kruiste, maar dan met Sealyham Terriers. Zelf ontkende hij dat in alle toonaarden. Heinneman jaagde niet op vossen, maar op dassen. Het spreekt voor zich dat hij een harder type nodig had voor deze “sport” en de Sealyham zou verklaren waarom er ineens kortbeniger exemplaren verschenen. Arthur Heinneman werd in zijn “hondenwerk” bijgestaan door zijn huishoudster Mrs. Harris die toevallig of niet… weer familie was van de kennelhulp van John Russell, Will Rawle.

Heinneman werd geboren in 1871 en was dus nog maar 12 toen de Dominee stierf. Hoewel hij in 1904 de eerste rasstandaard op papier heeft gezet, lijkt dus erg stug dat hij nog met zuivere nakomelingen uit John Russells kennels werkte toen hij in 1894 de Devon and Somerset Badger Club oprichtte. De naam van deze club werd in 1914 veranderd in De Parson Jack Russell Club. Na de dood van Heinemann in 1930 zette Mrs. Harris deze club en voort en erfde ook zijn terriers.

Erkenning

Na de tweede wereldoorlog waren kleine witte terriers met hier en daar een vlek erg in zwang. En of ze nu “ondermaats” waren, kromme pootjes hadden en/of enorme prikoren, het werden in de verkoopadvertenties allemaal “Jack Russells” genoemd. Niets nieuws onder de zon dus als men vandaag de dag internet Marktplaats oversurft. In 1983 was men dat beu en vroegen een aantal fokkers erkenning aan voor het ras bij de Kennel Club. Andere fokkers waren het daar niet mee eens omdat ze bang waren dat hun werktypes al snel overruled zouden worden door de SOB’s (Show Only Brigade) zoals bij de Fox Terriers was gebeurd toen die in 1876 was erkend. Na een aantal vergaderingen vol discussie over wat nou “de echte Jack Russell” was en meerdere aanvragen werd het ras erkend in januari 1990 onder de naam Parson Jack Russell Terrier.

De andere fokkers (lees: de meeste werkende terrier kennels) bleven het ras fokken onder de naam Jack Russell en verenigden zich in andere niet bij de Kennel Club aangesloten clubs zoals de JRTCGB en organiseerden eigen shows (waar gekeurd word onder en boven de 30,5 cm en dan ook nog onderverdeeld in vachttypes en geslacht) en hielden eigen stamboeken bij. Mondjesmaat registreren ook deze fokkers vandaag hun terriers bij de KennelClub.

 

Brunsparagon Bucko Joe

Brunsparagon Bucko Joe (zoon van Kenterfox Flint) – BOB ’92 en BOS ’93 Crufts, BIS Clubmatch PJRTC ‘93

In Nederland

Vermoedelijk kwamen zo rond 1980 eerste Jack Russells naar Nederland. Vaak meegenomen door paardenliefhebbers die ze kochten of kregen in de stallen die ze in Engeland bezochten. Ook hier ging men met deze hondjes aan de slag op de vos en werden er nestjes gefokt. In 1984 werd er een voorlopig register door de Raad van Beheer opengesteld. Het jaar daarna werd de Jack Russell Terrier Club Nederland opgericht. Zij conformeerden zich naar de Jack Russell Terrier Club of Great Brittain. Van meet af aan waren de jagers bang dat door zo’n rasvereniging de Jack Russell van een jachthond zou veranderen in een mode / showhond. Aan de andere kant zagen ze wel in dat er wat gedaan moest worden aan de grote uiterlijke verschillen van de terriers onderling.

Scheiding Jack Russell Terrier en Parson Russell Terrier

In navolging van Engeland gaf de FCI op 2 juli 1990 een voorlopige erkenning aan de Parson Jack Russell Terrier (definitieve erkenning volgt in 2001).
De JRTCN werd in 1992 door de Raad van Beheer de erkend als Rasvereniging voor de Parson Russell Terrier. Pas in 1996 werd het hier verboden om het “kortbenige” en het “Parsontype” met elkaar te kruisen. Er werd toen een aantal maal de mogelijkheid gecreëerd om je terrier “om te laten keuren”. De Jack Russell bleef in het Voorlopig Register en de Parson Jack Russell Terriers kwamen in de Bijlagen.

De Jack Russell fokkers gingen meer en meer de kant op van het “Australische type” waarschijnlijk omdat “de kortbeen” daar al in 1990 was erkend als ras. In 1999 werd na de nationale erkenning van de Jack Russell Terrier de JRTCN opgesplitst in twee rasverenigingen. De PRTCN voor de Parson Russell Terrier en de NVJRT voor de Jack Russell Terrier.

Hoe de ‘Jack’ uit de Parson Jack Russell Terrier ging

In 1999 heeft een Amerikaan het patent gekregen op de naam Parson Jack Russell. Dit had tot gevolg dat wereldwijd de “Jack” uit de naam moest verdwijnen. Vandaar dat dit ras nu Parson Russell Terrier heet in plaats van Parson Jack Russell Terrier.