Rasstandaard voor een Werkende Terrier

Rasstandaard voor een Werkende Terrier

In 2005 is Stichting de Werkende Terrier begonnen met het uitgeven van het magazine: The Terrier Times. Dave Cartwright heeft het onderstaande verhaal geschreven voor de eerste uitgave.

Rasstandaard voor een Werkende Terrier

Een werkende terrier moet een terrierachtig voorkomen bezitten en ook een sterke en gemotiveerde drang om te werken.

HOOFD:

moet er sterk uitzien, met als inhoud een goed stel hersens voor de tentoonstelling van intelligentie, een redelijke dosis gehoorzaamheid, een beetje respect en mogelijk iets affectie.

NEK:

moet sterk en gespierd zijn om het hoofd vast te houden op het lichaam.

Aujeszky zorg dat je hond dat niet krijgt

BORST:

moet groot genoeg zijn om het hart van een leeuw te huisvesten en klein genoeg om zijn om de eigenaar de mogelijkheid te bieden om zijn prooi te volgen in de extreme kleine onderaardse gangen.

BENEN:

kunnen lang of kort zijn, bepalend is het terrein waar de hond zijn arbeid moet verrichten, de benen moeten sterk genoeg zijn om de eigenaar te kunnen dragen tijdens een lange dag van harde arbeid.

VOETEN:

ja, vier een op de uiteinde van ieder been, met zeer flexibele voetkussens.

VACHT:

mag ruw of glad, wit of gekleurd zijn, maar moet dicht en strak zijn, om zijn drager warm te houden, zelfreinigend zonder al te veel stof en water vast te houden.

RUG:

sterk en soepel.

STAART:

ja, bij voorkeur heeft een werkende terrier een staart.

OGEN:

ja, maakt het werk boven de grond iets makkelijker.

OREN:

ja, twee.

NEUS:

moet in staat zijn om de minste geur op te vangen en te evalueren.

TANDEN:

moeten zo groot en sterk zijn als mogelijk is, goed vast zittend in een gespierde kaak, en in staat zijn om een krachtige bijt te geven en goed vast te blijven houden.

TEMPERAMENT:

De terrier moet vrij mak en meegaand zijn met een zeer groot uithoudingsvermogen en een grote liefde voor zijn taak, hij moet het onderlopen leuk vinden, en mag niet om de tien minuten weer boven komen om te kijken of zijn eigenaar er nog is, hij mag geen notitie nemen van eventuele verwondingen, en hij moet zijn taak altijd volbrengen, hij moet zeer stabiel zijn en niet makkelijk afgeleid of gek gemaakt.

Bron

Dit stuk is afkomstig van The Fell & Moorland Working Terrier Club en was te zien in hun “Year Book & Club History: 1998-1999”. Een betere parodie op een “Kennel Club” standaard bestaat niet. En wat beter is: alles wat een werkende terrier nodig heeft is, hier behandeld.

Waar let je op als je een werkende terrier wilt kopen?

Als er mensen zijn die een terrier willen kopen – en hiermee bedoelen wij natuurlijk de werkende terriers (onder meer de Working Jack Russell, de Patterdale en natuurlijk de Duitse Jacht Terrier) –  willen wij voorstellen om een werkende standaard te handhaven. Niet alleen voor de terrier, maar ook voor de fokker.

Als de fokker geen Deben locator heeft of een 100 euro-schop en een graafijzer, dan denken wij dat jij de kennel moet vergeten. Vraag om foto’s van de ouderdieren met hun prooi of aan het werk. Dan kun je met gemak zegen: geen foto’s, geen geld.

Een serieuze fokker is altijd bezig met het werk temperament van zijn honden. Hij zou ten alle tijden met zijn honden minimaal een paar keer werken. Al is het alleen om zeker te zijn dat ze de passie, de maat, en het temperament hebben om hun werk te kunnen doen.

The standaard voor een werkende terrier vind je echt niet in de showring, maar in het veld en bos. Alleen hier kan een werkende terrier gekeurd worden of het de moeite is om hem te fokken.

Parson Russell Terrier

Werkende Terrier met prooiEen voorbeeld is de Parson Russell Terrier. Als je er één hebt die voldoet aan de rasstandaard van de FCI, dan heb je een hond gevonden die onmogelijk het werk kan doen waarvoor hij is gefokt, namelijk het onderlopen van de zeer kleine vossenbouwen op Exmoor. Maar vertel dit niet aan de “show only brigade” (maar dat is een ander verhaal).

De mensen die zich werkelijk interesseren in terriers als werkende honden, doen er goed aan om zicht te herinneren dat wij deze werkelijk geweldig kleine honden niet hebben uitgevonden. Wij zijn niet de eigenaars van dit ras. Zoals de meeste dingen die de moeite waard zijn, hebben wij ze geërfd van onze voorvaders. We moeten ervoor zorgen dat hun “gene pool” wordt doorgeven aan onze kinderen in een perfecte conditie.

In deze moderne wereld, betekent de “gene pool doorgeven” terriers fokken die de goede maat hebben om te werken, naar dat je zelf dat werk heb ook gedaan.

Wil je geen werkende terrier?

En voor de mensen die zich niet interesseren voor werkende terriers wil ik zeggen: ga je verdiepen in rassen die geen werkende rassen zijn, zoals Shit-zoos, peking-ease of Pappy-yawns. Of misschien Miniatuur Schnauzers of Miniatuur Pincers. Dit zijn lieve hondjes. Probeer ze. Of wat nog beter is: ga naar het dichtstbijzijnde dierenasiel, neem een hond en ga met hem trainen voor Behendigheid of Flyball, maar blijf ver weg van de werkende rassen.

Showfokkers

Als je aan een showfokker vraagt, waarom ze de werkelijk werkende rassen zo verpesten (kijk maar naar wat er gebeurd is met de Border Collie en de Bull Terrier), zeggen: “Oh, wat wij doen is goed hoor. Er jaagt toch geen mens meer op vogels, wij hebben geen sterke kaken nodig op de Bull Terrier”. Mijn favoriet is: “Geen mens jaagt meer op de vos. Wist je niet dat dat nu illegaal is de UK?” En zulke mensen moeten de toekomst bieden in de hondenwereld, dat geeft stof tot denken of niet soms?

Het aantal werkende honden dat naar de haaien geholpen wordt in de showring stijgt ieder jaar. Irish Setters, eens befaamd voor hun gave om vogels de vinden, zijn zo verwaterd dat ze moeite hebben om de voordeur te vinden. Cocker Spaniels, eens geweldig tas formaat bird dogs, zijn nu miniatuur poodle maat mopshonden, die moeite hebben om door het lange gras te wandelen. Fox Terriers zijn nu zo groot dat ze met geen mogelijkheid onder kunnen lopen. En St. Bernards, eens zulke trotse trekhonden, zijn nu zo vol met heupdysplasie dat het haast onmogelijk is om er eentje te vinden die zonder de nodige ingreep überhaupt lopen kan als hij op leeftijd raakt.

Dave Cartwright